|
Orchidiana Philippiniana is wat de Engelsen een ‘coffee-table
book’ noemen: een prachtboek, een showboek. Dat is op zijn zachtst
gezegd helemaal niet overdreven. Elk volume is 34 centimeter hoog, 27
centimeter breed en 3,5 centimeter dik. Beide volumes zitten in een
grote, stevige, zwarte boekencassette met aan beide zijden een grote
foto van Paphiopedilum philippinense aan de ene kant
en Euanthe sanderiana aan de andere kant. Ook de omslag
van elk afzonderlijk volume is mooi geïllustreerd en de kaft zelf
is met gouddiepdruk versierd.
Volume 1.
Wie bij het zien van de boekencassette er nog niet van overtuigd was
dat het hier om een uiterst verzorgd werk gaat, zal bij het eerste doorbladeren
hiervan meteen overtuigd zijn. Zowel de druk als de lay-out zijn uiterst
verzorgd en de initialen op een achtergrond van getekende Filippijnse
orchideeën zijn in deze slechts een leuk detail.
Na de voorwoorden van Rapee Sagarik (zie ‘Het Venusschoentje,
vol. 21 nr. 4, p. 88) en Helen L. Valmayor en een inleiding door Victor
R. Potenciana, de toenmalige voorzitter van de Filippijnse orchideeënvereniging,
volgt er een eerste hoofdstuk over de orchideeën in het algemeen.
Dit hoofdstuk is mooi maar niet overdadig geïllustreerd.
Hoofdstuk twee behandelt de geschiedenis van de kennis en cultuur van
orchideeën. We leren onder andere dat de eerste publicatie over
de Filippijnen van de hand van een Jezuïeten missionaris was, een
zekere Pater George Joseph Kamel. Hij bood vooral medische bijstand
aan de arme bevolking maar daarnaast was hij ook botanicus en een getalenteerd
artiest. We maken ook kennis met de vader van de Filippijnse ‘orchideeënkunde’:
Doctor Eduardo Quisumbing die meer dan zeventig artikels schreef over
de cultuur van orchideeën, hun taxonomie en hun nomenclatuur tussen
1918 en 1970. Zijn studiewerk en geschriften legden de basis voor de
wetenschappelijke studie van de Filippijnse orchideeën. Van p.
15 tot en met p. 47 krijgen we een aantal mooie reproducties te zien
van botanische schilderijen en tekeningen onder andere van de hand van
Blanche Ames, een goede bekende in de orchideeënwereld, uit Fascicles
of the Family Orchidaceae (1905-1908). Er zijn ook prenten
afgebeeld uit Sander’s Reichenbachia (1894) en uit Blanco’s
Flora de Filipinas (1877).
Hoofdstuk drie leert ons de archipel van de Filippijnen geografisch
en klimatologisch beter kennen. Ter illustratie worden ook enkele interessante
kaarten gepubliceerd waarbij we een overzicht krijgen van de klimaatszones,
van de jaarlijkse gemiddelden aan vochtigheidsgraad, regenval en temperatuur.
Hoofdstuk vier gaat over het endemisme van de Filippijnse orchideeën,
de orchideeënbiotopen en de verspreiding volgens de hoogte ten
overstaan van de zeespiegel. We krijgen een tabel met de verschillende
orchideeëngeslachten op de Filippijnen, het aantal soorten en variëteiten
per geslacht en het aantal endemische soorten. Er zijn ook kaarten die
de verspreiding van de belangrijkste soorten (Aerides, Vanda, Trichoglottis en Renanthera; Bulbophyllum;
Dendrobium; Eria; Phalaenopsis) binnen Zuidoost-Azië
weergeven met daarnaast ter vergelijking de verspreiding van die soorten
op de Filippijnen.
In hoofdstuk vijf wordt vooral aan de classificatie volgens Dodson &
Gillespie aandacht geschonken. Ondertussen zijn we bijna twintig jaar
verder en wordt door de wetenschappers vooral de classificatie van Dressler
gevolgd.
Hoofdstuk zes (p. 83 tot en met p. 325) bespreekt alle tot op het ogenblik
van publicatie gekende Filippijnse orchideeënsoorten van A tot
Z. Van elk geslacht wordt er minstens één soort door middel
van een mooie aquarel afgebeeld en elke soort wordt kort maar toch gedetailleerd
besproken.
Volume 1 sluit af met een uitgebreide appendix met daarin een lijst
van zogenaamde orchideeënautoriteiten, veranderingen in de nomenclatuur
bij de Filippijnse orchideeën en een verklarende woordenlijst.
Tot slot is er nog een uitgebreide bibliografie en een index.
Volume 2.
Met als motto “ Een foto zegt meer dan duizend woorden”
worden 247 foto’s gepubliceerd van een goede 220 Filippijnse orchideeën.
Bijna alle foto’s zijn van topkwaliteit, sommige zijn paginagroot
afgedrukt.
In een eerste appendix (p. 253 tot p. 310) geeft men ons de bloeiperiode
van de Filippijnse orchideeën.
Een tweede appendix (p.311) geeft aan de hand van een tabel de verspreiding
van de Filippijnse orchideeën weer.
Tot slot worden een aantal mensen bedankt voor hun medewerking aan dit
indrukwekkend werk.
Besluit:
Zoals ik bovenaan reeds schreef, gaat het hier om een duur en rijk geïllustreerd
boek dat op datum van publicatie zeker het belangrijkste werk was over
de orchideeën van de Filippijnen. Op vandaag, in 2003, zijn een
aantal ‘dingen’ niet meer van deze tijd. De classificatie
heb ik al aangehaald maar ook in de nomenclatuur en taxonomie is er
ondertussen hier en daar wel wat veranderd (bijvoorbeeld Phalaenopsis x leucorhoda heet nu Ph. philippinense) én…
er zijn sindsdien ook een aantal voor de wetenschap nieuwe orchideeën
beschreven (bijvoorbeeld Amesiella monticola J.E.
Cootes & D.P. Banks).
Samen met de werken the Orchids
of the Philippines van Jim Cootes, en het door Valmayor samengestelde
werk the
Complete
Writings of Dr. Eduardo Quisumbing on Philippine Orchids uit 1981
vormt dit werk een trilogie die voor de liefhebber van Filippijnse orchideeën
onmisbaar is. (top)
Orchidiana Philippiniana is a real ‘coffee-table book’,
34 on 27 cm, 2 volumes, 3,5 cm each. A huge cassette, with on one side
a big picture of Paphiopedilum philippinense and on the other side one
of Euanthe sanderiana, contains both volumes. Also the envelope of each
volume is well illustrated and the hard cover of each book has and orchid
in relief and gold.
The edition is superbe and of very high quality.
Volume 1.
These is the text volume. Beautifully drawn initials with orchids decorate
the texts.
Chapter one, nicely illustrated, gives common information about orchids.
Chapter two learns us about the history and culture of the Philippine
orchids. The first publication came from the hand of father George Joseph
Kamel, a Jesuit missionary who brought medical assistance to the poor
people but he was also botanicus and a talented artist. We learn of
course also about the father of the Philippine orchid knowledge: Doctor
Eduardo Quisumbing who wrote more than seventy articles about orchid
culture, their taxonomy and nomenclature between 1918 and 1970. His
studies and writings are the base for the scientific study of all Philippine
orchids. From p. 15 till p. 47 we see nice reproductions of botanical
paintings made by Blanche Ames, a well known person in the orchid world,
in Fascicles of the Family Orchidaceae (1905-1908). There are also pictures
from Sander’s Reichenbachia (1894) and from Blanco’s Flora
de Filipinas (1877).
Chapter tree inform us about the geography of the Philippines, the climates
and to make this more understandable there are some maps published to
show us the different climate zones, the yearly averages in relative
humidity, rainfall and temperature.
Chapter four is about endemism of the Philippine orchids, orchid habitats,
distribution in accordance to sea level. We see a table with the different
genera, the species and varieties pro genus and the number of endemic
species. There are also tables with the most important species in South-East
Asia (Aerides, Vanda, Trichoglottis en Renanthera; Bulbophyllum; Dendrobium;
Eria; Phalaenopsis) and the distribution of those species within the
Philippines.
Chapter five pays attention to the classification of Dodson & Gillespie.
We are at the moment 20 years further and most of the scientists follow
now the Dressler classification.
In chapter six (p. 83 till 325) we meet all the Philippine orchid species
from a to z. From each genus at least one species is illustrated by
a nice aquarelle and each species is shortly but detailed described.
Volume 1 closes with an appendix including a list of orchid authorities,
nomenclatural changings for Philippine orchids and a glossary. There
is also and important bibliography and an index.
Volume 2.
Here one could say: “A picture says more than thousand words”.
We see 247 pictures of 220 Philippine orchids. Almost all pictures have
top quality, some are full-page.
In a first appendix (p. 253 till p. 310) we read about the flowering
period of the Philippine orchids.
A second appendix (p. 311) – a table – learns us about the
distribution of the Philippine orchids.
At the end the authors acknowledges a number of co-operators to this
impressive publication.
We have here an expensive, richly illustrated publication. At the date
of publication it certainly was the most important publication on Philippine
orchids. Today, 2003, some ‘things’ are out of date. The
classification, nomenclature and taxonomy changed a bit since (f.i.
Phalaenopsis x leucorhoda is now Ph. Philippinense) and some new orchids
have been described (f.i. Amesiella monticola J.E. Cootes & D.P.
Banks).
Together with ‘Orchids
of the Philippines’ by Jim Cootes and the 'Complete
Writings of Dr. Eduardo Quisumbing on Philippine Orchids', in 1981
compiled by Helen L. Valmayor, this two volumes are an indispensable
trilogy for each amateur of Philippine orchids.
(top) |